Bezoek aan het Canada War Museum in Adegem
Bezoek aan het Canada War Museum in Adegem.
Op 11 mei gingen wij op bezoek naar het Canada oorlogsmuseum in Adegem. MS – patiënten en hun begeleiders van “De Westhoek” zagen het weer eens goed zitten en goedgemutst trokken wij erop uit; de liftbus werd volgeladen en weg waren wij.
Het museum werd in 1995 opgericht door Gilbert Van Landschoot ter nagedachtenis aan zijn vader die door de Canadese bevrijders gered werd. Wij werden in het museum rondgeleid door de eigenaar zelf en dit was een ervaring: hij sprak zijn volledige betoog in verzen. Hij rijmde de ene zin aan de andere, hij had een inspiratie als geen ander, de zinnen vloeiden uit zijn mond en eindigden steeds op een rijm…
Halverwege ons bezoek kwamen wij in een klein videozaaltje terecht waar we allen konden zitten voor een mooie videovoorstelling. In vele realistische beelden konden wij de mobilisatie, de bezetting en de bevrijding herleven. Ik heb de oorlog niet meer meegemaakt, ik ben geboren in 1944: mijn ouders hebben gewacht tot na de oorlog om mij op de wereld te zetten. Ik zelf en mijn broers hebben ze allen in de winter “gekocht”, omdat ze dan een zak kolen meer kregen van “den Duits”. ik heb het mijn moeder dikwijls horen vertellen, kolen opdat de kleintjes geen koud zouden krijgen in de winter. Onze twee oudsten van de groep, Alice en Achilles, zij hebben het allemaal wel meegemaakt, misschien niet zo erg als in het filmpje maar ze hebben zich toch veel moeten ontzeggen: “brood voor bonnetjes”… Het is een eerbetoon aan iedereen die bij deze rimpel van de geschiedenis betrokken was.
Wij deden ons bezoek voort tussen pistolen en geweren, zendapparatuur en een echte amfibie-
wagen: het is niet te geloven waar hij het allemaal bij mekaar geraapt heeft.
Zoals het “oudstrijders” past kregen wij s middags een stevig maal voorgezet: aspergeroom- soep, een stevig varkensgebraad, een lekkere ijskreem en nog een koffie erbovenop. Opgediend in een zaal met heel wat betekenis: een groot eiken kruis gedragen door 12 eiken zuilen: de 12 apostelen, de bar is een oude communiebank en nog veel andere speciale zaken… Wij waren goed in staat om het vervolg aan ons bezoek te “breien”. Wij trokken de tuinen in. Er was een Franse, een Engelse en een Japanse tuin; gij zoudt ze op den duur meer uit mekaar kunnen houden maar enfin het was mooi. Ik heb één iets goed gehoord: als ge uw tuin knipt moet gij het allemaal laten vallen wat gij geknipt hebt: hetgeen op de grond valt is een kleur die het begin is van nieuwe en nog mooiere kleuren. Gij zult volgend jaar eens moeten komen kijken naar mijn tuin die …mijn vrouw knipt… zij zal haar manier van de tuin onderhouden moeten aanpassen.
Wij gingen ons plaatsen bij de grote vijver terwijl de rest van het gezelschap de struiken introk; hopelijk zien wij ze nog terug, maar na een ferme wandeling kwamen ze weer te voorschijn. Ze vertelden van de watervallen, van immense stenen die hij bijgesleurd had, van grote beelden die hij van diep in Frankrijk naar zijn terrein bijgesleurd had en nog veel meer…
Wij kwamen allen tesamen, reden welgezind naar huis.
Op de bus was heel wat “couttenancie”. Tussendoor vertelde Christine nog een “moptje” van onze goede vriend Roger en de ambiance zat er weer in.
Het was weer eens goed geweest. Tot de volgende keer!!
Jos.
